De Suzuki methode

Basisopvattingen van de moedertaal-methode:

3. Eigen snelheid

De derde kerngedachten betreft de snelheid van de vooruitgang bij het kind. Deze wordt door het kind zelf bepaald en houdt geen verband met leeftijd en andere maatstaven. Een kind zal pas beginnen lopen wanneer het daarvoor rijp is. Het kan er niet toe gedwongen worden om het zelfstandig en eerder te doen dan wanneer het ertoe in staat is. Dit begrijpen de meeste ouders wel. Afhankelijk van de stimulansen die het kind krijgt van de ouders zal deze ontwikkeling trager of sneller verlopen. Neem een klas van 30 leerlingen, zet ze op één rij en laat ze samen vertrekken om een bepaalde afstand af te leggen. Wij zien dat ze allen de eindstreep bereiken, maar niet alleen even snel. Allen komen ze aan, elk in hun eigen tempo. Alleen degenen die er onderweg mee ophouden, halen de eindstreep niet. Men ziet nergens een normaal kind dat plots niet meer wil spreken. Wij bemerken wel dat niet iedereen zich op dezelfde wijze uitdrukt. Waarom dan, als een vak moeilijk blijkt te zijn, het kind meteen uitschelden voor dom, lui, onoplettend of traag? Het is niet op die manier dat men het kind terug in het zadel zal helpen! Waarom niet overwegen of de omgeving geschikt is om doeltreffend te studeren. Misschien is het kind nog niet rijp genoeg om één en ander te begrijpen. Men kan geen enkel kind zomaar vergelijken met een ander kind van dezelfde leeftijd, want het kind bepaald zelf de snelheid van de ontwikkeling.

Comments are closed.